Anka Mulder

Archive

Subscribe to receive new blogposts


 

Posts in category TU Delft

Nederlands onderwijs future proof

Kansenongelijkheid is een van de grootste problemen in het onderwijs, constateerde de Onderwijsinspectie. Terwijl hard gewerkt wordt aan een oplossing, ontstaat een nieuwe kiem voor kansenongelijkheid door de verschillen in aandacht van scholen voor digitale vaardigheden. Daarom roep ik het volgende kabinet op om digitale geletterdheid een verplicht onderdeel te maken van het Nederlandse basis- en middelbaaronderwijs.

(Een kortere versie van dit stuk verscheen vandaag ook in Trouw)

Dat digitale vaardigheden belangrijk zijn, weet iedereen. Er is geen aparte digitale economie meer, maar een economie die in hoge mate digitaal is. Voor vrijwel alle banen zijn digitale vaardigheden nodig. In het onderwijs wordt hieraan echter niet standaard aandacht geschonken. Tot voor kort was dat zelfs niet het geval bij mijn eigen universiteit, de TU Delft.

Digitale geletterdheid betekent dat iemand online informatie kan opzoeken, kritisch kan beoordelen en gebruiken en over basis ICT-vaardigheden beschikt. De mate waarin leerlingen en studenten dergelijke vaardigheden meekrijgen in de opleiding, verschilt enorm. Dat betekent dat een aanzienlijk aantal van hen de arbeidsmarkt zal betreden zonder voldoende digitale vaardigheden en het is maar de vraag of ze dat zelfstandig kunnen repareren.

Wat getallen. In 2020 bestaat in Europa een tekort van 900.000 ICT-professionals. In Nederland zelf stemmen de getallen evenmin vrolijk. Zo heeft het UWV maandelijks 1.150 ICT-vacatures. Op het hoofdkantoor van Booking.com in Amsterdam werken ongeveer duizend technische medewerkers. 88% van hen komt uit het buitenland. Dat is omdat Booking.com onvoldoende Nederlanders kan vinden met de gewenste digitale vaardigheden. Nederland heeft een sterke economie, een goede digitale infrastructuur en staat nu nog bekend als een land dat zeer goed bij is op het vlak van digitalisering. Om deze positie te handhaven, moeten we nu investeren in de digitale geletterdheid van onze kinderen.

De kansenongelijkheid in het onderwijs is een hardnekkig probleem, was een van de belangrijkste constateringen van de Onderwijsinspectie in 2016 en 2017. Nog steeds is de sociaal-economische achtergrond van de ouders een factor in de schoolkeuze en het uiteindelijke opleidingsniveau van kinderen. Daarnaast gaat talent verloren door kwaliteitsverschillen tussen scholen.

Ik vrees dat de volgende vorm van kansenongelijkheid al zichtbaar is: digitale geletterdheid. Hoewel wij weten dat alle kinderen digitale vaardigheden nodig hebben, in hun persoonlijke leven en later in hun werk, is digitale geletterdheid op dit moment nog geen standaard onderdeel van het curriculum, in tegenstelling tot landen als Spanje, het VK, Griekenland, Portugal en Finland. Dat betekent dat het in Nederland afhangt van de school of ouders in hoeverre een kind zijn of haar weg zal kunnen vinden in de digitale wereld. Maar niet elk gezin heeft een goede computer, niet alle ouders zijn zelf digitaal vaardig en dat geldt ook voor veel docenten.

Om alle kinderen goed voor te bereiden op hun toekomst en om verdere kansenongelijkheid te voorkomen, moet het ontwikkelen van digitale vaardigheden onafhankelijk zijn van de thuissituatie en leefomgeving. Maak digitale geletterdheid daarom een verplicht onderdeel van het Nederlandse onderwijs en leid docenten op om digitale vaardigheden over te kunnen brengen.

De TU Delft -meer specifiek Felienne Hermans – pakt alvast de handschoen op. Felienne’s MOOC voor kinderen was er al en draaide met succes; binnenkort starten we er een voor docenten. Dus: ben je docent en wil je zelf leren programmeren of je leerlingen hiermee helpen: je bent van harte welkom!

Be Sociable, Share!

Solar Energy Through Online Education – the New MicroMasters Programme of TU Delft

ewi_pv5x_header

Today TU Delft released a new online programme on solar energy engineering.

The renewable energy market develops rapidly. It is our university’s mission to contribute to solving tomorrow’s problems and that includes supporting the transition to renewable energy through research and education. Providing education to professionals in the solar energy sector is one way of doing that. In line with our approach to lifelong learning that I shared in my previous blog post, we hope to close the knowledge gap for engineers and other professionals who desire to develop their expertise with this MicroMaster Programme on solar energy.

“MicroMasters” are a new format, already used by some other leading universities worldwide. It is a series of MOOCs, which allow learners to specialise in a certain topic and advance their careers or studies. It can be finished with a certificate and may be counted towards a regular master programme after admission.

Our online solar energy MicroMaster programme includes four rigorous courses and a practical project derived from TU Delft’s Master of Science programmes. The workload is around 18 EC (European Credits). It will provide learners with most of the technical knowledge they need – from the physics of photovoltaic solar cells to the design of microgrids. But the MicroMasters programme offers more  than that – it will lead to a valuable MicroMasters credential when finishing all courses and the project successfully. For prospective students who apply and get admitted to specific TU Delft Master of Science programmes, it will allow them to use the MicroMasters credential to request an exemption for the equivalent solar courses (depending on their Individual Exam Programme).

Visit our new programme page on edX: https://www.edx.org/micromasters/delftx-solar-energy-engineering

Be Sociable, Share!

2017: the Year of Open

1701 TU Delft Year of Open Banner-2

Our university embraced “open” many years ago, making scientific knowledge accessible online to all levels of society free of charge. To name a few, in 2007 we started sharing educational resources as OpenCourseWare. In 2014 we started an innovation programme around Open & Online Education and we have created many MOOCs since, with over 1,3 million learners participating. And in 2016 we initiated our OpenScience programme overarching open education and research, leading to the formulation of the open access policy and the creation of a data framework policy (in other words, policy for research data management). Now, in 2017, the year that the Open Education Consortium has declared ‘The Year of Open’, we are taking another step forward. In the TU Delft Year of Open we will organise activities to raise awareness among scientists, lecturers, administrators, and students about the importance of open science.

This year, there will be another full open science programme that you too can take part in. Examples include the Open Education Week in March, the launch of the open science course in June, the ten-year anniversary of OpenCourseWare, and the Open Access Week in October.

So keep your eyes and ears open and regularly check the website for all the interesting activities that will happen as part of The Year of Open.

A global perspective

The Year of Open is a global focus on open processes, systems, and tools, created through collaborative approaches, that enhance our education, businesses, governments, and organisations, organised by the Open Education Consortium. Open as a mindset about the way we should meet collective needs and address challenges.

Communities around the world are bringing open practices to many different fields, such as open source software, open government, open data, and of course open education. Open represents freedom, transparency, equity and participation. When something is openly created and released, the intent is for others to use it, contribute to its development and make it better for everyone, whether that’s adding more features or information, or finding errors and fixing them (source). Learn more about the global Year of Open.

Be Sociable, Share!

MOOCs for Credit .. goes live

Student Credits for MOOCs

Exactly one year ago I wrote about our Credits for MOOCs idea. What would it take to open up MOOCs to our campus students? The answer is credits of course. (See my blog of November 2015). I am happy to announce the start of our pilot. From this week on our students can join a number of MOOCs and get credits for them.

The first MOOCs for credits will be provided by TU Delft, University of Queensland, Australia National University, and Ecole Polytechnique Fédérale de Lausanne (EPFL) and they will start in February 2017. During the summer a broader variety of courses will be made available by universities such as Hong Kong University of Science and Technology and Rice University. Other top 100 universities have said they are keen to join.

Why is this such an important step?
First of all because it will give students a much wider choice in their education. Because they will not only be able to take part in the MOOCs from their home university but also those of partner universities, students will be able to follow courses on topics their own university has no expertise in or courses on. The joint MOOC portfolio includes courses such as AstrophysicsEvidence-based Practice in Managementthe Psychology of Criminal JusticeEnglish Grammar and StyleTying Quantum Knots, and Engineering: Building with Nature. For a complete list see: www.tudelft.nl/creditsformoocs
Secondly, it will make learning more flexible for students and provide them with a digital way to learn across borders, a virtual Erasmus Programme, if you will.
And this is the third reason why this project is so important. Exchange programmes so far have been live. A very interesting learning experience for students, but for many not possible due to time or financial constraints.

The reasons to do this were clear upfront, but there were several challenges to overcome before we could start, ranging from organising exams, dealing with different time zones and embedding each other’s MOOCs in our regular credit recognition. With the support and contributions from our online teachers, faculties, boards of examiners, administrators and partner universities we have created a route for virtual exchange. A route where not the student travels, but the course content and exam.

It is our ambition is to let this portfolio grow. We will keep you posted. In the meantime: students – join!

Be Sociable, Share!

Het zwemdiploma voor de ingenieur

Als je leraar gymnastiek wilt worden, heb je een HAVO-diploma, sportmedisch onderzoek en zwemdiploma’s nodig. Dat zijn voorwaarden voor inschrijving voor de opleiding. Ook opleidingen in de kunst en de PABO hebben extra toegangseisen. Voor een technische studie is een VWO-diploma met N&T-profiel voldoende. Zou het niet logisch zijn om ook voor techniek aanvullende eisen te stellen? Eén aanvullende eis om precies te zijn: een 7 voor wiskunde. De komende maanden zal ik deze vraag bespreken met onze Studentenraad, collega’s, de minister en beleidsmakers.

geometry-1044090_1920

De TU Delft kent een hoge uitval in het eerste jaar. Dat is al jaren zo, ondanks vernieuwde en verbeterde curricula, studiebegeleiding, aandacht van docenten, bindend studieadvies en hard werken door studenten. Circa 30% van de eerstejaars studenten krijgt een negatief BSA. Daarnaast schrijven behoorlijk wat studenten zich uit voor 1 februari. In totaal haalt zo’n 40-45% het eerste jaar niet. Misschien is dat het gevolg van het Nederlandse systeem: VWO-diploma en profielkeuze geven toegang en het eerste jaar is het selectiejaar. Er is veel te zeggen voor het systeem waarin het diploma het paspoort is voor het vervolgonderwijs. Het geeft helderheid aan scholieren. Het leidt echter ook tot broken dreams voor zo’n 1.000 studenten per jaar aan de TU Delft alleen al en ik vrees dat het niet veel beter is aan de andere technische universiteiten. De vraag is of dat acceptabel is.

Als we elke student zouden kunnen selecteren, zou de uitval vermoedelijk lager zijn, maar is dat het wenselijk? Selectie is de laatste jaren overigens wel meer gangbaar geworden in het hoger onderwijs in Nederland, voor de master-, maar ook voor de bacheloropleiding, waar deze blog over gaat. Het aantal selectie-instrumenten is daarmee ook gegroeid. Er lijkt zelfs een hele kerstboom aan selectiemechanismes te zijn onstaan. Dat is misschien ook niet vreemd, want de wet stelt als voorwaarde dat een universiteit of HBO-instelling die selecteert (bijv. voor een numerus fixus), verplicht is om verschillende criteria te hanteren.

Ooit sprak ik professor Marijk van de Wende over selectie. Marijk is een expert op het gebied van selectie. Vage en onduidelijke criteria leiden ertoe dat je meer van hetzelfde selecteert, zei ze. Het lijkt mij daarmee niet bevorderlijk voor diversiteit. Communicatievaardigheden, assertiviteit, motivatie: allemaal belangrijk, maar hoe test je het? Je kunt je voorstellen dat een eerste generatiestudent een achterstand heeft op de zoon of dochter van hoogopgeleide ouders bij het schrijven van een motivatiebrief: geen vader of moeder die het systeem al kent en die de brief met (of voor) hem of haar schrijft.

Onderzoek aan de TU Delft geeft aan dat het op het VWO behaalde cijfer voor wiskunde een goede voorspeller is van het studiesucces voor vrijwel al onze opleidingen, met uitzondering van Bouwkunde en Industrieel Ontwerpen. Dat is nauwelijks verrassend: wiskunde is een belangrijk vak voor techniekstudenten en een basisvaardigheid voor ingenieurs. Met minimaal een 7 voor wiskunde halen meer studenten hun BSA, vallen er minder uit en haalt een hoog percentage zijn of haar bachelordiploma in vier jaar. Het leidt kortom tot een forse beperking van het aantal broken dreams.

Mijn wens zou zijn om per 2018 die 7 als toegangseis te hanteren voor onze opleidingen, Industrieel Ontwerpen en Bouwkunde uitgezonderd. Leerlingen met een wiskundeknobbel halen die sowieso, de andere hebben de tijd om hard te werken aan die 7 en komen met een hoger wiskundeniveau binnen dan de zessen van vroeger. Een helder en objectief criterium, het zwemdiploma voor de ingenieur in spe.

Be Sociable, Share!

Celebrating one million MOOC enrolments

1M-logo

This summer we reached a big milestone: one million enrolments for our MOOCs on the edX platform. Last Thursday we celebrated this with the TU Delft community. The focus of the event was to show the impact of the 1M.

We joined the edX consortium in the beginning of 2013 and the first two MOOCs started in September 2013. After three years we have 36 MOOCs with 1 million enrolments. This has exceeded all our expectations.

We have reached this milestone thanks to our fantastic team. Rob Fastenau, eDean of the Extension School, said “Behind every course there are teachers who go the extra mile“. Faculty and support team, they all did a great job.

Impact of our MOOCs

Big numbers are good, but what do they mean? During the event we discussed the goals we originally had. We also looked at the impact of our MOOCs:

  • Educate the World: increase access to education
  • Enhance TU Delft’s reputation
  • Improve campus education
  • Facilitate a stronger relation between education and research
  • Provide better collaboration with industry
  • See how MOOCs and the Extension School can be a catalyst for organisational change

We received a very warm congratulation message of Anant Agarwal, President of edX:

The Next Step

I think we all agree that the MOOC programme has had a very positive impact. We are currently working on the next steps, such as proving credits for MOOCs for our campus students and those of partner universities, more collaboration with industry to offer professional education and apply what we learned in our MOOCs to our campus education.

1M_celebration07

Panel discussion on Education & Research

 

Be Sociable, Share!

Universiteiten liever penny wise dan pound foolish

Elk jaar houden de universiteiten geld over. In 2014 was dat zo’n 142 miljoen Euro en hadden ze gezamenlijk een spaarpot van anderhalf miljard Euro. Elk jaar is er ook onbegrip of kritiek: waarom geven ze hun geld niet gewoon uit aan onderwijs en onderzoek? Of: waarom vragen ze ondanks dat ze spaargeld hebben zelfs om meer geld voor onderwijs en onderzoek? De verklaring zit vooral in het vastgoed waarvan de universiteiten eigenaar zijn. Over het onderwijsvastgoed verscheen onlangs een rapport van de inspectie voor het onderwijs: universiteiten hebben hun vastgoed goed geregeld.

Allereerst, het is logisch dat universiteiten geld achter de hand hebben, zegt ook de inspectie. Dat is gezonde financiële huishouding, voor wanneer de inkomsten een keer tegenvallen, of om plotselinge groei van studentenaantallen te accommoderen. Extra studenten krijg je als universiteit namelijk pas een paar jaar later gefinancierd en ondertussen moeten die studenten natuurlijk wel onderwijs krijgen. Feitelijk is dat niet anders dan thuis. Ook thuis proberen we wat te sparen voor als ons inkomen een keer tegenzit, we onverwachte extra uitgaven hebben omdat de wasmachine het begeeft of wanneer we gezinsuitbreiding verwachten.

Een andere belangrijke reden waarom universiteiten sparen is vastgoed. Universiteiten hebben in 1995 het vastgoed dat zij gebruikten van de overheid overgeheveld gekregen. Dat klinkt als een cadeau, maar ze kregen er onvoldoende geld voor het onderhoud bij. Zo heeft mijn eigen universiteit veel gebouwen uit de jaren zestig, die nu aan renovatie of vervanging toe zijn, om veiligheidsredenen, omdat er asbest is geconstateerd, of bijvoorbeeld omdat ze totaal niet meer geschikt zijn voor het onderzoek van vandaag. Ook is de laatste 10 jaar het aantal studenten aan de TU Delft gestegen van 14.000 naar ruim 21.000 en het aantal promovendi verdubbeld. Die studenten en promovendi hebben ruimte nodig. Daarom wordt er nu in Delft een nieuw onderwijsgebouw neergezet en zullen er nog twee volgen.

De totale kosten van alle vastgoedplannen van de Nederlandse universiteiten bedragen zo’n 3 miljard Euro, die van de TU Delft alleen al 700 miljoen Euro. Dat zijn een enorme bedragen. Niets doen is echter geen optie: de onderhoudskosten zouden enorm oplopen, we zouden te weinig onderwijszalen hebben voor onze studenten en te weinig labs voor ons onderzoek.

Oude gebouwen van universiteiten zijn toe aan renovatie of vervanging.

Oude gebouwen van universiteiten zijn toe aan renovatie of vervanging. (Foto: Jan Sluijter / TU Delft)

Alle universiteiten hebben onderhoudskosten; vrijwel alle bouwplannen. Sommige zitten daar midden in en hebben dan ook een tijdelijk financieel tekort (de UvA bijvoorbeeld). Andere, zoals de TU Delft, zitten in het begin van hun bouwplannen, laten nu nog mooie zwarte cijfers zien, maar zullen over een paar jaar ook geld moeten lenen.

Wat nu als we onze spaarpot uitgeven aan onderwijs en onderzoek? Allereerst is het onderscheid dat vaak wordt aangegeven tussen onderwijs en onderzoek enerzijds en vastgoed anderzijds kant kunstmatig. De gebouwen worden natuurlijk niet voor de lol gebouwd, maar zijn er juist voor onderwijs en onderzoek. Daarnaast zou het onverantwoord zijn om geen rekening te houden met de investeringen die nodig zijn voor vastgoed. Als we dat doen, dan zullen we over 5 of 10 jaar een miljardenprobleem op het bord van de overheid moeten leggen. Ik hoef niet uit te leggen dat dat ongewenst is.

Overigens is de verleiding om meer geld uit te geven aan het aannemen van nieuwe docenten en onderzoekers er wel degelijk. De werkdruk is namelijk hoog. Veel universiteiten investeren daarom in meer wetenschappelijk personeel, maar met mate. Want terwijl ze de laatste jaren meer studenten hebben gekregen, is het bedrag dat ze van de overheid krijgen nauwelijks gegroeid. Per student krijgen ze dus minder geld dan vroeger.

Zijn universiteiten nu arm of rijk? Ik zou zeggen dat ze verstandig zijn. En het zou zeer onverstandig zijn om ze te dwingen hun spaarpotten in te leveren of versneld op te maken. Post Brexit zit misschien niet iedereen te wachten op een Engelse les. Maar “penny wise, pound foolish” lijkt me toch een hele wijze.

Be Sociable, Share!

Diversiteit op de universiteit

De afgelopen weken is me veel gevraagd wat ik vind van de zaak rondom de jonge homoseksuele student in Schipluiden, die zijn studentenhuis moest verlaten. Een aantal collega’s en ik hebben de afgelopen weken regelmatig contact gehad met de betrokken studenten aan weerszijde van het verhaal. Dat doen we niet om te ‘oordelen’, maar omdat we het belangrijk vinden dat we onze studenten steunen als ze het om welke reden dan ook zwaar hebben.

Wat me uit die gesprekken heel duidelijk is geworden, is dat de publieke aandacht voor de zaak een enorme impact op deze jonge studenten heeft. Allemaal willen ze het liefst weer in de anonimiteit verdwijnen en de normale draad van hun leven weer oppakken. Ik vind vooral dat we die wens moeten respecteren.

Dat betekent overigens niet dat we vragen over diversiteit en discriminatie geen aandacht moeten geven.  Juist het omgekeerde. Mijn visie is dat de TU open staat voor alle mensen met talent, ongeacht hun achtergrond, geaardheid of overtuiging. Ik denk dat het over de linie heel goed gaat aan de TU Delft, maar ook hier is ruimte voor verbetering. Een fout grapje is snel gemaakt, net zoals een botte opmerking. Daarnaast, de diversiteit aan de de TU Delft groeit. Steeds meer mensen die net een beetje anders zijn dan jij en dat is soms wennen of een beetje inschikken.

Het enige dat volgens mij helpt is veel met elkaar in gesprek gaan. Ik heb de afgelopen weken met veel studenten, studentenorganisaties en collega’s gesproken over de gebeurtenis in Schipluiden. Het doet me ongelofelijk deugd om te zien hoe breed de overtuiging van het belang van diversiteit en respect wordt gedeeld. Met elkaar praten helpt. Mensen publiekelijk aan de schandpaal nagelen helpt volgens mij niemand.

Be Sociable, Share!

MOOC lecturer appointed as Antoni van Leeuwenhoek Professor TU Delft

Professor Arno Smets

Professor Arno Smets

The aim of the Antoni van Leeuwenhoek chairs (AvL) at TU Delft is to promote young, excellent academics to the position of Professor at an early age so that they can develop their academic careers to the fullest possible extent. Nominations are assessed by the Advisory Appointment Committee on three criteria: research, education and organisation.

Historically, the main criterion for an AvL appointment has been the academic status, based on evidence of outstanding achievements in research. As part of the Year of Education this time a candidate was nominated who has not only an outstanding research performance, but a very strong education profile as well, both within and outside the university.

TU Delft has appointed Dr. Arno Smets as Antoni van Leeuwenhoek Professor. Arno is an excellent researcher in the field photo-voltaic material and devices. He is also the lecturer of our most popular MOOC, a MOOC on Solar Energy, with over 120.000 learners. This was one of the first two MOOCs TU Delft launched on the EdX platform. It has had three runs already and has been translated into Arabic. The MOOC has provided Arno’s group with important research data as well. With his drive and enthusiasm Arno has made his MOOC to an international  success. This has given his department an even stronger postion on the world map as one of the world’s important groups for teaching and research on solar energy.

Arno’s work also shows how interlinked research and education are at universities, in developing new ideas, creating new networks, collecting data and of course in academic careers.

 

 

Be Sociable, Share!

The Year of Education

[Photo credit CC-BY: www.gotcredit.com ]

[Photo credit CC-BY: www.gotcredit.com ]

At the opening of the academic year on August 31st I declared this academic year the year of education. That may seem odd: universities are about education anyway, aren’t they? But the point is that they are about research too and at research intensive universities it is hard to strike the right balance between education and research.

Research defines the career of  academic staff, not only at our university, but internationally. Global university rankings are dominated by research and hardly take education into account. At the same time, students worldwide aks for good education. That requires a better balance than we have a present. Additionally, many of our academic staff wonder how their contribution to education can be evaluated the same way as their research accomplishments.

This is not only a Dutch issue.  For example, it is also a discussion in the UK, where universities and government talk about the introduction of a Teaching Excellence Framework. The Guardian on 7 July states: “The proposed Tef (Teaching Excellence Framework) is often characterised as a Ref (Research Excellence Framework) for teaching. It’s a description that reminds us how much less attention university teaching has received than its showier sibling, university research.”

What will we do at TU Delft? This year we will make some significant investments -not only financial- in education:

  • We will invest an extra 6 million euro per year in education, most of that is meant to recruit more academic staff
  • We will start building our new education centre, PULSE
  • We intend to set up education fellowships and an Institute for Academic Development, where our teaching staff can share ideas. This will be a place for excellence and innovation in higher education, led by one of our TU Delft professors
  • We will introduce the TU Delft Education Day
  • And we will improve the balance between research and education in our career policies. For example, we are working on the creation of education fellowships and a special Anthony van Leeuwenhoek Professor position.

Our university wants to excel at both research and education. So we realise that for now that requires taking additional steps to improve the position of education, not as the sad sibling of research, but as its equal.

Be Sociable, Share!
© 2011 TU Delft