Anka Mulder

Archive

Subscribe to receive new blogposts


 

Digitale agenda voor het hoger onderwijs in Nederland

Werkgevers luiden regelmatig de noodklok over het tekort aan technisch opgeleiden. Maar feitelijk is de vraag breder dan technische opleidingen: binnenkort hebben vrijwel alle afgestudeerden technische, of in elk geval digitale vaardigheden nodig, of ze nu webmarketeer worden of lerares, projectmanager of arts. Op dit moment besteden opleidingen hier echter niet standaard aandacht aan. Nederlandse universiteiten hebben besloten om daar verandering in aan te brengen.

(klik op het document voor de volledige tekst)

Digitalisering speelt ook nu al een grote rol op universiteiten en dan vooral in logistieke processen. Inschrijven, cijferadministratie en roosteren zijn allemaal niet meer voor te stellen zonder digitale hulp. De laatste jaren is technologie ook steeds meer het onderwijs zelf in geslopen. Online mogelijkheden, zoals games, MOOCs en E-books, stellen docenten in staat om een grotere varieteit aan te brengen in de wijze waarop het onderwijs wordt aangeboden. Soms gebeurt dit geheel online, vaker in een mix, via het zogenaamde blended onderwijs. De nieuwe generatie digitale leeromgevingen biedt bovendien extra mogelijkheden, namelijk om via learning analytics de studievoortgang van studenten beter te volgen en hen meer gepersonaliseerd onderwijs te geven.

Agenda voor technologie in hoger onderwijs

Deze ontwikkelingen zijn interessant, maar gaan over logistiek, organisatie en didactiek, nog niet over de inhoud van het onderwijs: welke digitale kennis en vaardigheden willen we onze studenten meegeven in hun opleiding? Dat element is tot dusver minder besproken. Eigenlijk is dat opmerkelijk, want het is helder dat vrijwel alle studenten deze kennis en vaardigheden in de toekomst nodig zullen hebben in hun loopbaan. (Sterker nog, om uberhaupt goed te kunnen functioneren in de digitale maatschappij.) Al jaren geeft de OESO aan dat digitale vaardigheden een rol zullen spelen in ruim 85% van alle beroepen. Voor hoger opgeleiden zal dat percentage hoger zijn en het is daarom belangrijk dat we hen daarop voorbereiden. Een aantal van deze vaardigheden, zoals computational thinking, is generiek, maar er zullen ook verschillen zijn. Een industrieel ontwerper heeft immers andere kennis nodig dan een planoloog of psycholoog.

In het basis- en voortgezet onderwijs woedt al langer een discussie over digitale vaardigheden. Organisaties als FutureNL maken zich hard voor het standaard opnemen van dit soort skills in het basisonderwijs. Het is logisch dat het hoger onderwijs ook nadenkt over zijn rol hierin en welke digitale vaardigheden in het tertiair onderwijs moeten worden onderwezen.

Er zijn ook risico’s rondom digitalisering en onderwijs. Overschatten van de mogelijkheden is er een van. Een tweede is hoe om te gaan met de bescherming van data. Een derde de kosten, want de ervaring leert dat technologie in onderwijs weliswaar kan bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs, een bezuiniging is het niet. Sterker nog, onderwijsinstellingen hebben de laatste jaren fors geinvesteerd in digitale onderwijslogistiek, -dienstverlening, -systemen en docententraining. Kwaliteitsverbetering stond daarbij centraal.

Tegen deze achtergrond hebben universiteiten besloten om een gezamenlijke agenda op te stellen en een actieplan te ontwikkelen rondom digitale technologie in onderwijs. Niet “een pot nat”, maar ruimte voor verschillende snelheden, accenten en inhoud, waarbij we van elkaars ervaringen leren en gezamenlijk optreden waar dat kan en nuttig is. Niet alleen universiteiten zijn enthousiast over het versterken van digitalisering in het onderwijs, ook verschillende hogescholen en natuurlijk SURF. Dat is belangrijk, want het is beter wanneer niet alleen universiteiten dit agenderen, maar we tot een gezamenlijke HO-brede aanpak kunnen komen.

Een greep uit de conceptagenda:

  • Met docenten en onderwijsdirecteuren bespreken welke digitale vaardigheden voor de opleidingen relevant zijn en hoe ze kunnen worden opgenomen. Daarbij ook rekening houden met digitale weerbaarheid en academische vaardigheden
  • Een analyse maken van het opleidingenaanbod in het WO: ontbreken er opleidingen?
  • Het Nederlands hoger onderwijs openstellen als experimenteertuin voor onderwijsinnovatie, o.a. door EdTech bedrijven en start-ups actief uit te nodigen
  • Onderzoek doen naar hoger onderwijs om evidence based onderwijs te stimuleren: welke Nederlandse wetenschappers doen kwantitatief onderzoek naar hoger onderwijs, hoe kunnen we dit onderzoek stimuleren en Nederland beter op de kaart zetten op dit gebied?
  • En natuurlijk: samen afspraken maken over vragen rondom de privacy van studentgegevens

Dat technologie een grote invloed heeft op het hoger onderwijs is niet nieuw. Maar dat alle universiteiten in een land zich verenigen rondom een gezamenlijke digitale innovatie-agenda is dat wel. Met een derde positie (na Denemarken en Zweden) scoort Nederland hoog op de Digital Economy and Society Index van de Europese Commissie (2016). Een digitale agenda van het Nederlandse hoger onderwijs – getrokken door de VSNU, de Vereniging Hogescholen, SURF en de individuele instellingen – zal helpen om die positie vast te houden.  De universiteiten gaan alvast aan de slag en bij de start van het academisch jaar publiceert de VSNU de complete agenda. Bijgaand stuk vormde daarvoor de basis.

Download rapport

Be Sociable, Share!

1 comment

Beste Anka, bedankt voor het delen van het rapport. In mijn werk merk ik (o.a. opleidingen helpen bij virtuele klassen en online didactiek) dat docenten vaak geen visie hebben op de toekomst van leren en ontwikkelen en belemmerd worden om daarover te denken door hun eigen angst om hun werk te verliezen (en gebrek aan tijd), zoals terecht in het stuk aangegeven. Als er meer aandacht zou zijn voor het ontwikkelen van die visie op leren en de nieuwe rol van de docent daarin, zal de motivatie groter zijn om ermee aan de slag te gaan en de aanpassing van de curricula draagvlak hebben. Ik hoop dat VSNU dat mee gaat nemen naast het gesprek aangaan over de digitale vaardigheden.

Met vr. groet, Francisca Frenks

© 2011 TU Delft