Anka Mulder

Archive

Subscribe to receive new blogposts


 

Weblog Anka Mulder

Deliver World Class Education to Everyone

En nu instellingsaccreditatie

Als eerste hoger onderwijsinstelling ontving de TU Delft vorige week voor de tweede maal de Instellingstoets Kwaliteitszorg (ITK). Verschillende universiteiten en hogescholen volgen binnenkort en zullen net als de TU Delft voor een tweede maal laten zien dat de kwaliteit van het onderwijs van de hele instelling in orde is. Maar de ITK is nog geen instellingsaccreditatie. Dat bestaat nog niet in Nederland. Ik stel voor om dat te veranderen, want docenten, studenten, opleidingsdirecteuren en decanen verdienen om bij bewezen vertrouwen het stempel “instellingsaccreditatie” te krijgen.

Half mei bezocht een internationaal panel de TU Delft voor een check op de onderwijskwaliteit. Vijf dagen lang sprak de commissie in 29 sessies zo’n 150 mensen. Het resultaat was zeer positief: “The university has a strong quality culture. The panel is impressed by the convincing way in which TU Delft has shown to be in charge of educational quality assurance.” “The university has an impressive accreditation record with all .. programmes being assessed with a positive result..” NVAO-voorzitter Anne Fierman concludeerde: “Wanneer in Nederland instellingsaccreditatie zou bestaan, zou ik de TU Delft daarvoor zeker in aanmerking laten komen.”

Het huidige stelsel is zo’n zeven jaar geleden ingevoerd. Waar voor die tijd alleen opleidingen werden gecontroleerd, kon voortaan worden gekozen voor een instellingstoets. Als bleek dat de instelling in control was, kreeg hij een ITK en zouden de opleidingen voortaan een lichter accreditatieproces krijgen.

Alle universiteiten en de meeste hogescholen opteerden voor de ITK. Van de lastenvermindering voor de opleidingen kwam uiteindelijk helaas weinig terecht. Universiteiten en hogescholen hadden daarmee niet een minder tijdrovend systeem gekregen, maar een dubbele check.

Geen wonder dat dit tot discussie leidde. Verschillende universiteiten gaven aan dat het nieuwe systeem tijdrovend was en dat het met het begrip “verdiend vertrouwen” weinig deed. En dat waren juist belangrijke redenen om dit stelsel destijds in te voeren. Daar bovenop kwam dat het onderwijs aan het flexibiliseren was: naast gewone opleidingen ontstonden minors, modules, MOOCs, enz. Al deze nieuwe vormen van onderwijs waren niet in het accreditatieproces opgenomen. Universiteiten gaven kortom aan dat ze naar een toekomstproof  systeem wilden door de ITK om te vormen tot een systeem van instellingsaccreditatie. De controle van de opleidingen zou dan bij de instelling zelf komen te liggen.

De discussie werd echter gevoerd op een ongelukkig moment: na incidenten bij een aantal hogescholen en kritiek op een aantal universitaire opleidingen, stonden de sterren verkeerd. Wat volgde was een goed bedoeld, maar ingewikkeld compromis met een dubbele controle van alle opleidingen en de instelling in zijn geheel, dus waarin er nog steeds geen sprake was van een echte instellingsaccreditatie.

Wat heeft Anne Flierman tot zijn uitspraak verleid dat de TU Delft instellingsaccreditatie verdient? Dat is niet omdat alles perfect zou zijn bij de TU Delft. Sterker, in onze zelfevaluatie beschrijven we de successen, maar ook de knelpunten, dilemma’s en kritiek van studenten. Maar de universiteit heeft al decennia bewezen dat die punten worden opgepakt en opgelost, omdat kwaliteit in het DNA zit van de hele organisatie: studenten, docenten, opleidingsmanagers, ondersteuners en bestuur. Nog nooit is een opleiding van de TU Delft slecht beoordeeld. Anne Flierman vindt dat de universiteit daarmee het vertrouwen verdient om te worden geaccrediteerd.

Natuurlijk hoeft een overheid niet blind te vertrouwen op de kwaliteit van onderwijs. Maar binnenkort zal een groot aantal instellingen voor de tweede maal hebben bewezen dat ze hun kwaliteit uitstekend op orde hebben. Ze verdienen het vertrouwen dat dubbele checks niet nodig zijn. Het is de uitdaging om nu naar een systeem te gaan dat niet het schrijven van dikke documenten en het checken van afvinklijstjes, maar een echte kwaliteitscultuur stimuleert. Instellingsaccreditatie bij verdiend vertrouwen is daarvan een onderdeel.

A new Collaboration and Learning Environment

This academic year all TU Delft’s students and teachers will be using a new digital learning system, or as we call it nowadays,  Collaboration and Learning Environment (CLE). Teachers and students have been actively involved in the selection and implementation of the new CLE, Brightspace.

The introduction of a new system gave us the opportunity to rethink the way our CLE is organised and improve the learning experience of our students on campus and online. User-friendliness for teachers was also very important. Together with the student councils, teachers and support staff the CLE team has worked hard on the implementation. The implementation of such a system is often approached as an IT project. We didn’t, because it is about education. So the team focused on recognisability and reliability for teachers and students as key factors. Phase one -the implementation- is almost finished. In the second phase there will be more opportunity for innovation and flexibility.

Changing to a new CLE is a major project. I would like to thank all teachers and support staff for their effort this summer to prepare all courses that start in September. More than 1,000 courses have been migrated to be ready before September 4. A tremendous job!

Digitale agenda voor het hoger onderwijs in Nederland

Werkgevers luiden regelmatig de noodklok over het tekort aan technisch opgeleiden. Maar feitelijk is de vraag breder dan technische opleidingen: binnenkort hebben vrijwel alle afgestudeerden technische, of in elk geval digitale vaardigheden nodig, of ze nu webmarketeer worden of lerares, projectmanager of arts. Op dit moment besteden opleidingen hier echter niet standaard aandacht aan. Nederlandse universiteiten hebben besloten om daar verandering in aan te brengen.

(klik op het document voor de volledige tekst)

Digitalisering speelt ook nu al een grote rol op universiteiten en dan vooral in logistieke processen. Inschrijven, cijferadministratie en roosteren zijn allemaal niet meer voor te stellen zonder digitale hulp. De laatste jaren is technologie ook steeds meer het onderwijs zelf in geslopen. Online mogelijkheden, zoals games, MOOCs en E-books, stellen docenten in staat om een grotere varieteit aan te brengen in de wijze waarop het onderwijs wordt aangeboden. Soms gebeurt dit geheel online, vaker in een mix, via het zogenaamde blended onderwijs. De nieuwe generatie digitale leeromgevingen biedt bovendien extra mogelijkheden, namelijk om via learning analytics de studievoortgang van studenten beter te volgen en hen meer gepersonaliseerd onderwijs te geven.

Agenda voor technologie in hoger onderwijs

Deze ontwikkelingen zijn interessant, maar gaan over logistiek, organisatie en didactiek, nog niet over de inhoud van het onderwijs: welke digitale kennis en vaardigheden willen we onze studenten meegeven in hun opleiding? Dat element is tot dusver minder besproken. Eigenlijk is dat opmerkelijk, want het is helder dat vrijwel alle studenten deze kennis en vaardigheden in de toekomst nodig zullen hebben in hun loopbaan. (Sterker nog, om uberhaupt goed te kunnen functioneren in de digitale maatschappij.) Al jaren geeft de OESO aan dat digitale vaardigheden een rol zullen spelen in ruim 85% van alle beroepen. Voor hoger opgeleiden zal dat percentage hoger zijn en het is daarom belangrijk dat we hen daarop voorbereiden. Een aantal van deze vaardigheden, zoals computational thinking, is generiek, maar er zullen ook verschillen zijn. Een industrieel ontwerper heeft immers andere kennis nodig dan een planoloog of psycholoog.

In het basis- en voortgezet onderwijs woedt al langer een discussie over digitale vaardigheden. Organisaties als FutureNL maken zich hard voor het standaard opnemen van dit soort skills in het basisonderwijs. Het is logisch dat het hoger onderwijs ook nadenkt over zijn rol hierin en welke digitale vaardigheden in het tertiair onderwijs moeten worden onderwezen.

Er zijn ook risico’s rondom digitalisering en onderwijs. Overschatten van de mogelijkheden is er een van. Een tweede is hoe om te gaan met de bescherming van data. Een derde de kosten, want de ervaring leert dat technologie in onderwijs weliswaar kan bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs, een bezuiniging is het niet. Sterker nog, onderwijsinstellingen hebben de laatste jaren fors geinvesteerd in digitale onderwijslogistiek, -dienstverlening, -systemen en docententraining. Kwaliteitsverbetering stond daarbij centraal.

Tegen deze achtergrond hebben universiteiten besloten om een gezamenlijke agenda op te stellen en een actieplan te ontwikkelen rondom digitale technologie in onderwijs. Niet “een pot nat”, maar ruimte voor verschillende snelheden, accenten en inhoud, waarbij we van elkaars ervaringen leren en gezamenlijk optreden waar dat kan en nuttig is. Niet alleen universiteiten zijn enthousiast over het versterken van digitalisering in het onderwijs, ook verschillende hogescholen en natuurlijk SURF. Dat is belangrijk, want het is beter wanneer niet alleen universiteiten dit agenderen, maar we tot een gezamenlijke HO-brede aanpak kunnen komen.

Een greep uit de conceptagenda:

  • Met docenten en onderwijsdirecteuren bespreken welke digitale vaardigheden voor de opleidingen relevant zijn en hoe ze kunnen worden opgenomen. Daarbij ook rekening houden met digitale weerbaarheid en academische vaardigheden
  • Een analyse maken van het opleidingenaanbod in het WO: ontbreken er opleidingen?
  • Het Nederlands hoger onderwijs openstellen als experimenteertuin voor onderwijsinnovatie, o.a. door EdTech bedrijven en start-ups actief uit te nodigen
  • Onderzoek doen naar hoger onderwijs om evidence based onderwijs te stimuleren: welke Nederlandse wetenschappers doen kwantitatief onderzoek naar hoger onderwijs, hoe kunnen we dit onderzoek stimuleren en Nederland beter op de kaart zetten op dit gebied?
  • En natuurlijk: samen afspraken maken over vragen rondom de privacy van studentgegevens

Dat technologie een grote invloed heeft op het hoger onderwijs is niet nieuw. Maar dat alle universiteiten in een land zich verenigen rondom een gezamenlijke digitale innovatie-agenda is dat wel. Met een derde positie (na Denemarken en Zweden) scoort Nederland hoog op de Digital Economy and Society Index van de Europese Commissie (2016). Een digitale agenda van het Nederlandse hoger onderwijs – getrokken door de VSNU, de Vereniging Hogescholen, SURF en de individuele instellingen – zal helpen om die positie vast te houden.  De universiteiten gaan alvast aan de slag en bij de start van het academisch jaar publiceert de VSNU de complete agenda. Bijgaand stuk vormde daarvoor de basis.

Download rapport

TU Delft to host OE Global 2018

I am exited to announce the annual OE Global conference will be hosted by TU Delft and the Open Education Consortium from April 24-26 2018, at TU Delft, Netherlands. The main theme will be transforming Education through Open Approaches. The call for proposals is now open.

 

The Open Education Global Conference is where the world meets to discuss how opening education helps achieve universal access, equity, innovation and opportunity in education. The OE Global conference is an internationally diverse conference devoted exclusively to open education. It attracts researchers, practitioners, policy makers, educators and students from more than 35 countries to discuss and explore how Open Education advances educational practices around the world.

The 2018 conference is hosted by the Open Education Consortium and Delft University of Technology and will be held onsite at the University in Delft, Netherlands on 24-26 April 2018.

For more information on the conference, please visit the conference site at http://conference.oeconsortium.org/2018/.

About TU Delft

A fascination for science, design and engineering is the common denominator driving our students and scientists. With over 20,000 students from around the world, Delft University of Technology is the oldest and largest university of technology in the Netherlands. The university wants to be a breeding ground for cutting-edge technological scientific developments to meet the great societal challenges of our age. Involved in open education since 2007, TU Delft strives to offer an increasingly diverse open portfolio in education and research to support and satisfy the curiosity, personal growth and professional career development of millions of people.

About The Open Education Consortium

The Open Education Consortium is a global network of educational institutions, individuals and organizations that support an approach to education based on openness, including collaboration, innovation and collective development and use of open educational materials. OEC is a non-profit, social benefit organization registered in the United States and operating worldwide.

Call for proposals

The call for proposals enables you to submit proposals to offer ‘presentations‘, ‘panel sessions‘, ‘action labs‘ and ‘poster sessions‘, and there is a journal publication opportunity in the open access journal ‘Open Praxis’. Proposals need to fit tracks mentioned below. Learn more at http://conference.oeconsortium.org/2018/call-for-proposals/

Nederlands onderwijs future proof

Kansenongelijkheid is een van de grootste problemen in het onderwijs, constateerde de Onderwijsinspectie. Terwijl hard gewerkt wordt aan een oplossing, ontstaat een nieuwe kiem voor kansenongelijkheid door de verschillen in aandacht van scholen voor digitale vaardigheden. Daarom roep ik het volgende kabinet op om digitale geletterdheid een verplicht onderdeel te maken van het Nederlandse basis- en middelbaaronderwijs.

(Een kortere versie van dit stuk verscheen vandaag ook in Trouw)

Dat digitale vaardigheden belangrijk zijn, weet iedereen. Er is geen aparte digitale economie meer, maar een economie die in hoge mate digitaal is. Voor vrijwel alle banen zijn digitale vaardigheden nodig. In het onderwijs wordt hieraan echter niet standaard aandacht geschonken. Tot voor kort was dat zelfs niet het geval bij mijn eigen universiteit, de TU Delft.

Digitale geletterdheid betekent dat iemand online informatie kan opzoeken, kritisch kan beoordelen en gebruiken en over basis ICT-vaardigheden beschikt. De mate waarin leerlingen en studenten dergelijke vaardigheden meekrijgen in de opleiding, verschilt enorm. Dat betekent dat een aanzienlijk aantal van hen de arbeidsmarkt zal betreden zonder voldoende digitale vaardigheden en het is maar de vraag of ze dat zelfstandig kunnen repareren.

Wat getallen. In 2020 bestaat in Europa een tekort van 900.000 ICT-professionals. In Nederland zelf stemmen de getallen evenmin vrolijk. Zo heeft het UWV maandelijks 1.150 ICT-vacatures. Op het hoofdkantoor van Booking.com in Amsterdam werken ongeveer duizend technische medewerkers. 88% van hen komt uit het buitenland. Dat is omdat Booking.com onvoldoende Nederlanders kan vinden met de gewenste digitale vaardigheden. Nederland heeft een sterke economie, een goede digitale infrastructuur en staat nu nog bekend als een land dat zeer goed bij is op het vlak van digitalisering. Om deze positie te handhaven, moeten we nu investeren in de digitale geletterdheid van onze kinderen.

De kansenongelijkheid in het onderwijs is een hardnekkig probleem, was een van de belangrijkste constateringen van de Onderwijsinspectie in 2016 en 2017. Nog steeds is de sociaal-economische achtergrond van de ouders een factor in de schoolkeuze en het uiteindelijke opleidingsniveau van kinderen. Daarnaast gaat talent verloren door kwaliteitsverschillen tussen scholen.

Ik vrees dat de volgende vorm van kansenongelijkheid al zichtbaar is: digitale geletterdheid. Hoewel wij weten dat alle kinderen digitale vaardigheden nodig hebben, in hun persoonlijke leven en later in hun werk, is digitale geletterdheid op dit moment nog geen standaard onderdeel van het curriculum, in tegenstelling tot landen als Spanje, het VK, Griekenland, Portugal en Finland. Dat betekent dat het in Nederland afhangt van de school of ouders in hoeverre een kind zijn of haar weg zal kunnen vinden in de digitale wereld. Maar niet elk gezin heeft een goede computer, niet alle ouders zijn zelf digitaal vaardig en dat geldt ook voor veel docenten.

Om alle kinderen goed voor te bereiden op hun toekomst en om verdere kansenongelijkheid te voorkomen, moet het ontwikkelen van digitale vaardigheden onafhankelijk zijn van de thuissituatie en leefomgeving. Maak digitale geletterdheid daarom een verplicht onderdeel van het Nederlandse onderwijs en leid docenten op om digitale vaardigheden over te kunnen brengen.

De TU Delft -meer specifiek Felienne Hermans – pakt alvast de handschoen op. Felienne’s MOOC voor kinderen was er al en draaide met succes; binnenkort starten we er een voor docenten. Dus: ben je docent en wil je zelf leren programmeren of je leerlingen hiermee helpen: je bent van harte welkom!

Van RAS naar Regeling Profileringsfonds

Met de Studentenraad heb ik onlangs overeenstemming bereikt over een nieuwe Regeling Profileringsfonds (voorheen: RAS). Een regeling die studentenorganisaties stabiliteit biedt en tegelijkertijd toekomst bestendig is: open voor nieuwe organisaties en ingericht om studie en besturen te kunnen combineren.

De TU Delft heeft sinds jaar en dag een goede regeling voor studenten die om uiteenlopende redenen studievertraging oplopen. Dat kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van ziekte. Ook studenten die hun opleiding een tijdje on hold zetten om een bestuursfunctie op te nemen bij een van de verenigingen kunnen een beroep doen op RAS-maanden. De laatste jaren is er nog een derde categorie bijgekomen: ook bij de Dreamteams, die bijvoorbeeld werken aan de Nuna zonnewagen of de Hyperloop, kan een aantal studenten RAS-maanden krijgen.

De regeling in Delft staat bekend als ruimhartig. Wij, mijn collega’s in het CvB en ik, vinden het belangrijk dat studenten zich ook naast hun studie kunnen ontplooien in verenigingen en projecten. Ik ken geen universiteit die daar zoveel in investeert als de TU Delft. Maar natuurlijk kent ook ons budget grenzen.  Het totale budget voor de RAS is door de TU Delft de afgelopen paar jaar opgelopen van 1,1 miljoen naar ruim 2 miljoen Euro per jaar. Dit brengen we nu enigszins terug, door een korting van ongeveer tien procent op de bestuursbeurzen (plm 75.000 euro).

Maar belangrijker vind ik dat meer studenten en verschillende verenigingen vanaf 2018-2019 gebruik kunnen maken van een beurs voor hun bestuurders. Het zullen echter niet meer allemaal fulltime beurzen zijn. Zo stimuleren we studenten om een bestuursfunctie vaker te combineren met hun studie. Ook komen er naast beurzen voor 12 maanden varianten voor een kortere periode. De manier waarop de maanden tot nu toe werden verdeeld was star. Het bood bijvoorbeeld nauwelijks mogelijkheden om bestuurders van nieuwe verenigingen een beurs te geven, zonder het totale budget nog verder te verhogen.

Met de Studentenraad hebben we hier stevige, maar constructieve debatten over gevoerd. Waar ik diversiteit en het combineren van studie en besturen centraal belangrijk vond, vond de Studentenraad dat een nieuwe regeling stabiliteit moest geven aan verenigingen. Een van de hoofdpunten van de Studentenraad was daarom voorspelbaarheid, dus dat de verenigingen een aantal jaren vooruit moeten kunnen kijken. Voor de Studentenraad was het daarnaast lastig dat sommige verenigingen hun verworven rechten voor een deel moesten loslaten.  Op hun aandringen is de korting beperkt, krijgen verenigingen duidelijkheid voor een langere periode en gaan de nieuwe afspraken bovendien pas per collegejaar 2018-2019 in.

De volledige regeling is binnenkort te vinden op de studentenportal van de TU Delft.

 

Kids, Coding en Verkiezingen

De debatten voor de Tweede Kamerverkiezingen gaan over allerlei belangrijke onderwerpen en ook onderwijs en wetenschap komen aan bod. Maar het is minder gebruikelijk om expliciet aan te geven wat er inhoudelijk moet veranderen in het onderwijs. Code Pact deed dat wel en publiceerde een open brief aan de lijsttrekkers in de Telegraaf en het Financieel Dagblad over digitale vaardigheden.

Alle kinderen digitaal vaardig,”schreef Code Pact: “Dit kabinet gaat ervoor zorgen dat kinderen en jongeren op structureel wijze digitale vaardigheden (waaronder programmeren) aanleren en biedt leraren de kans zich hierop versneld bij te scholen. Want de toekomst van onze kinderen begon gisteren!”

ewi_scratchx_XL

De brief van Code Pact is gericht op de politiek en gaat over beleid. Wat het inhoudelijk betekent om goed onderwijs in digitale vaardigheden te geven, is precies een van de onderzoeksterreinen van de TU Delft. Met behulp van data uit een gratis open, online cursus (MOOC) deed Felienne Hermans onderzoek naar de wijze waarop kinderen digitale vaardigheden leren. Twee punten zijn hiervan interessant.

Allereerst de onderzoeksresultaten zelf. Zo blijkt uit het onderzoek dat kinderen van 12 jaar en ouder digitale skills sneller on de knie hebben dan jongere kinderen. Voor 12 jaar waren er weinig verschillen. Daarnaast dat het beter gaat als kinderen zelfstandig werken, dat wil zeggen als hun ouders meedoen, haken ze sneller af. Verder dat het een valkuil is om teveel op het leren van bepaalde programmeertalen te focussen, in plaats van op algemene digitale vaardigheden.

Ook de onderzoeksmethode was interessant. Waar veel onderwijskundig onderzoek noodgedwongen maar een kleine steekproef neemt van bijvoorbeeld 30 kinderen, was het onderzoek van Felienne Hermans gebaseerd op data van duizenden kinderen van 8 jaar en ouder die deelnamen aan een MOOC over programmeren. En dat leidde tot verrassende resultaten. Op Felienne’s blog kun je meer lezen over het onderzoek.

In de wereld van morgen zijn allerlei kennis en vaardigheden nodig: sociale, vakkennis, talen, omgaan met veranderingen, enzovoort. En vrijwel alle banen vragen om digitale vaardigheden. Een goede reden om ze in het onderwijs op te nemen en het liefst ook in het basis- en voortgezet onderwijs. Jong geleerd, oud gedaan lijsttrekkers.

Solar Energy Through Online Education – the New MicroMasters Programme of TU Delft

ewi_pv5x_header

Today TU Delft released a new online programme on solar energy engineering.

The renewable energy market develops rapidly. It is our university’s mission to contribute to solving tomorrow’s problems and that includes supporting the transition to renewable energy through research and education. Providing education to professionals in the solar energy sector is one way of doing that. In line with our approach to lifelong learning that I shared in my previous blog post, we hope to close the knowledge gap for engineers and other professionals who desire to develop their expertise with this MicroMaster Programme on solar energy.

“MicroMasters” are a new format, already used by some other leading universities worldwide. It is a series of MOOCs, which allow learners to specialise in a certain topic and advance their careers or studies. It can be finished with a certificate and may be counted towards a regular master programme after admission.

Our online solar energy MicroMaster programme includes four rigorous courses and a practical project derived from TU Delft’s Master of Science programmes. The workload is around 18 EC (European Credits). It will provide learners with most of the technical knowledge they need – from the physics of photovoltaic solar cells to the design of microgrids. But the MicroMasters programme offers more  than that – it will lead to a valuable MicroMasters credential when finishing all courses and the project successfully. For prospective students who apply and get admitted to specific TU Delft Master of Science programmes, it will allow them to use the MicroMasters credential to request an exemption for the equivalent solar courses (depending on their Individual Exam Programme).

Visit our new programme page on edX: https://www.edx.org/micromasters/delftx-solar-energy-engineering

Welcome Alumni TU Delft – never stop learning

Professional Online LearningIn a previous blog ‘making life long learning a success with MOOCs’ I wrote about bridging the gap between what professionals need and what universities offer. Technology, the economy and jobs are subject to constant change. That is one reason why our campus education is adapting. For example, topics such as Cybersecurity, Big Data or the Circular Economy were not part of our programmes some years ago; now they are. And people already in jobs need to update their knowledge to stay relevant and employable. Continuous development is important for everybody and certainly for engineers. This is why some years ago TU Delft included professional education and life long learning in its mission.

A university’s job does not finish when a student graduates at age 23 or 24, we believe at TU Delft. We also want to contribute to the careers of our alumni and other working professionals in science, design and engineering. To provide training and education for professionals we have set up the TU Delft Extension School, which offers a wide variety of online courses in the fields of aerospace engineering, leadership, sustainable energy, water management, responsible innovation, design and architecture and much more. Some of our courses are about new developments in a specific domain to keep you up to date in your field. And if you want to broaden your knowledge and expertise: we also offer interdisciplinary courses. In our online courses you can participate in discussions with our professors, watch short and relevant course videos, do assignments, and discuss course content with other professionals.


Watch on Youtube 

Almost 1,5 million learners in MOOCs have found us in the last two and a half years and over one thousand in professional education courses have already taken up the opportunity of learning online with us. We feel that we have a special relation with and obligation to our alumni.

Therefore I dedicate this blog to you. Are you one of our alumni? We want to better connect with you. Tell us what your or your company’s education and training needs are. And we would like to learn from you too.

We are all learners for life. I hope that the word ‘alumnus’ will not exist any longer five years from now. Wouldn’t it be great to have you all as active members of the TU Delft learning community forever? Find out more about our online professional education: https://online-learning.tudelft.nl/ or send us a message.

Never stop learning.

Kids and coding

I attended an event on coding skills in primary and secondary education, organised by FutureNL. About 100 dedicated people from business and education, most of them passsionate volunteers, got together to discuss how we can make sure that programming skills will become part of education in the Netherlands. Prince Constantijn and former European Commissioner Neelie Kroes were present as ambassadors of FutureNL.

At TU Delft, many bachelor and master programmes already include programming,  but not all our students learn how to code. That is why we decided that from 2018 on coding and compuational thinking will become a compulsory part of all our students’ education.

But coding is not something only for engineers. A few years from now almost everybody will need digital skills in his or her work. For some a basic understanding and being able to work with standard sotfware will be sufficient. Many people, however, will need much more in their jobs. They will be the ones who will work in the rapidly growing IT sector, the ones who create the new digital world.

Understanding that digital world will be increasingly important in our daily life as well. During the FutureNL event Neelie Kroes said that if we don’t act a divison in society will evolve between the digital haves and have-nots, those who understand the digital world and those who do not and feel left out. So digital skills and understanding are important for all children.

Many parents, employers, schools and teachers agree. Organisations such as CodeUur have developed free materials for primary schools and many volunteers have offered their services to schools. What is lacking is a clear national policy. Unlike many countries (see the map below), programming and ompuational thinking are no compulsary part of primary or secondary education in the Netherlands.  The Netherlands should follow the example of countries such as Portugal, the UK and Poland and prepare our children better for their future.

Coding in Europe

© 2011 TU Delft